Homeopathie

Homeopathie versterkt de ware bron van leven en de creativiteit in het individu.
Het herstelt de harmonie van het leven. Het enige krachtige wapen tegen ziekte is ons zelfgenezend vermogen.
Dit wordt aangesproken door een goedgekozen homeopathisch middel. Het brengt ons daarmee echte genezing van binnenuit en zonder onderdrukking van de ziekte. De homeopathie is gebaseerd op het principe:Het gelijke met het gelijksoortige genezen. De stof die symptomen teweeg brengt bij een gezond persoon, geneest deze symptomen bij een ziek persoon. Homeopathie is in de 18e eeuw ontstaan uit onvrede met de geneeskunde zoals die destijds bedreven werd (aderlating, laxeren, zweetmiddelen, braakmiddelen, agressieve medicamenten. De meeste mensen die eenmaal ziek waren en zich overgaven aan de medische zorg, werden steeds zieker).

Grondlegger van de klassieke homeopathie was Dr Christian Friedrich Samuel Hahnemann (10-04-1755 tot 2-7-1843). Hij werd als kind door zijn vader erg gestimuleerd om te studeren.
Hij studeerde alchemie (natuur- en scheikunde) en geneeskunde en sprak al jong meerdere talen. Hij was werkzaam als arts, maar zeer ontevreden met de geneeskunde zoals die toentertijd bedreven werd, met allerlei gevaarlijke behandelingen die niet zelden leidden tot de dood van de patiënt. De resultaten van de geneeskunde schokten hem zo dat hij weigerde deze langer uit te voeren en verkoos een armoedig bestaan als vertaler van apothekersboeken boven het riante inkomen van een hoog in aanzien staand arts. Zo kwam hij in aanraking met een onlogische uitleg over de werking van kinabast, een medicijn tegen malaria; de werking zou te danken zijn aan de bittere smaak en de samentrekkende werking. Hahnemann vond dit niet bevredigend en nam bij wijze van experiment zelf de kinabast in en beschreef wat er gebeurde. Hij merkte dat hij verschijnselen kreeg die sterk leken op malaria. Hij probeerde ook andere medicijnen uit met hetzelfde resultaat, namelijk dat ze verschijnselen voortbrachten die hetzelfde waren als waarvoor ze bij ziekte gegeven werden. Similia similibus curentur het gelijke geneest het gelijksoortige.

Dit principe was niet nieuw; * Hippocrates (460 – 377 v.Chr) betoogde: hetgeen de geneesmiddelen tevoorschijn kunnen brengen, genezen zij ook. * Paracelsus(1493-1541): ….men moet middelen geven die het gelijke teweeg brengen. Wel nieuw was hoe hij ermee verder ging, want deze medicijnen waren ook giftig en hadden dus bijwerkingen. Hahnemann wilde dat zien te vermijden. Eerst door te verdunnen, maar dan nam ook de genezende werking af. Toen deed hij de opmerkelijke ontdekking dat als hij het verdunnen combineerde met schudslagen de geneeskrachtige werking toenam maar de giftigheid afnam. Hij heeft dit verdunnen en schudden gedurende zijn hele leven verder uitgewerkt en ontwikkeld om de geneeskrachtige werking te optimaliseren (en de verergeringen zoveel mogelijk te vermijden). Het zijn regels geworden, waar de homeopaten van vandaag nog steeds mee werken. Tegenwoordig worden de homeopathische middelen nog precies zo gemaakt als hoe Hahnemann het ontwikkeld heeft. Dezelfde verdunning, dezelfde manier van schudden, dezelfde melksuikerkorreltjes om de middelen te kunnen bewaren.