DRAGEN, Afstudeerscriptie inzake adoptie. Van Ineke Nelissen.
Een samenvatting:

 Inleiding: Onbegrip

Ineke is adoptiemoeder en klassiek homeopaat. Op meerdere vlakken is er veel herkenning! Gemeenschappelijk is het gevoel van vaak niet begrepen worden, van steeds maar weer moeten uitleggen wat adoptie nu wezenlijk voor impact heeft op hun kind. Dat gaat veel dieper dan menigeen denkt! De oorzaken zijn complex, de gevolgen ook… Haar afstudeerscriptie “Dragen” geeft een goed beeld van de adoptie-problematiek. De toegevoegde waarde voor de homeopathie praktijk zit met name in het verkrijgen van Inzicht in de fases van de hechtingsproblematiek! Hierdoor ontstaat een helderder beeldvorming. Verder geeft ze, toegespitst op adoptie/pleegzorg en daaraan gerelateerde problemen miasma-indicaties aan, boeiende casuïstiek en een uitgebreide middelen analyse. Een lezenswaardig geheel.

 De adoptiedriehoek!

Er is immers sprake van een driehoeksverhouding! De ouders die vol blijdschap eindelijk kunnen adopteren, hebben ook het besef dat er met hun geluk, tegelijkertijd bij de biologische ouders groot verdriet is; om de afstand van hun kindje {rouwproces}. Bovendien weten ze dat hun kind, al dan niet uit het buitenland afkomstig, een rugzakje met zich meedraagt, een verleden heeft. Er is een trauma ontstaan als ze zo jong al weggehaald worden bij hun biologische moeder en uit hun vertrouwde omgeving/land; er is een scheur in het basisvertrouwen ontstaan wat vaak hechtingsproblemen veroorzaakt. In de literatuur noemt men dit wel het bodemgat-syndroom. Het vinden van het evenwicht in de nieuwe gezinsstructuur en later van de eigen identiteit is een grote uitdaging.

Het is onze ervaring dat homeopathie van onschatbare waarde is bij de begeleiding van zowel adoptiekinderen als hun adoptief ouders. De lijn doortrekkend, klopt deze stelling zeker ook voor de afstandsouders. Ineke stelt in haar inleiding dat veel hulpverleningsinstanties en de diverse scholen wel een mening hebben over adoptie, maar niet voldoende deskundigheid hebben om eventuele problemen te signaleren, te diagnosticeren, laat staan te behandelen.

De eerste stap in het helingsproces is begrepen worden, zowel als kind, als adoptie- c.q. afstandsouder! Om de problematiek goed in kunnen schatten is inzicht in hechtingsproblematiek noodzakelijk, om vandaar uit te kunnen ondersteunen. Vanuit deze kennis is het gericht voorschrijven van homeopathische middelen gemakkelijker. Zie later in dit artikel.

Ook adoptie-ouders hebben hun verhaal, er zijn verschillende beweegredenen waarom mensen tot adoptie komen. Soms adopteren ze kinderen naast hun eigen biologische kinderen. Vaak is er echter sprake van onvrijwillige kinderloosheid; met een heel voortraject van miskramen, ivf-behandelingen e.d. Er kan hier nog sprake zijn van onverwerkte rouw van het niet zelf moeder hebben kunnen worden! Of als er psychische-emotionele redenen zijn waarom de vrouw niet zwanger kan raken beïnvloedt dit natuurlijk ook haar adoptiekind! Ook dit aspect kan de hechting verstoren. Het is essentieel om de nieuwe ouders mee te behandelen om het gezin weer in balans te krijgen.

Ook bij de conceptie kan er al een kiem gelegd worden voor latere problemen, bijvoorbeeld bij incest of verkrachting. Ook kan de ongewenste zwangerschap grote problemen opleveren, we zien dit momenteel gebeuren bij de derde generatie allochtone meisjes. Vaak wordt hun zwangerschap pas in de vierde of vijfde maand ontdekt. Te laat voor abortus komt adoptie dan in beeld. Zij kunnen te maken krijgen met eerwraak en vrezen dan voor eigen leven en dat van hun kindje; ze moeten onderduiken, met alle stress van dien voor zowel de moeder als voor het ongeboren kind. De laatste maanden van de zwangerschap zijn al heel bepalend voor het basisgevoel van welkom zijn! Een Nederlands adoptiekind kan hiermee te maken hebben gehad, vraag het altijd na!

 De start in een nieuw gezin

Het begint vaak al als de nieuwe ouders met de baby /het jonge kind thuis komen; soms na een lange periode in het buitenland verbleven te zijn. In belang van de hechting in het gezin moet de verdere familie en kennissen even op afstand gehouden worden. Het kindje moet in eerste instantie aan de ouders en broers en zussen wennen om zich te kunnen gaan hechten! Bij een wat ouder kind wordt hiervoor drie tot zes maanden geadviseerd! Dit veroorzaakt bij de omgeving soms onbegrip! Het is voor de ouders vaak een zware, maar ook eenzame tijd; ze kunnen hun kindje niet trots laten zien, hand en spandiensten blijven zo buiten bereik, ze zijn vaak 24 uur in touw…niets verloopt er nog soepel…

Ook op de basisschool is het belangrijk om te weten of onzekerheid, faalangst e.d. voortkomen uit de adoptieachtergrond. Dit vereist een geheel andere aanpak! Soms wordt hierdoor onterecht een kind naar het speciale onderwijs verwezen! En later, op het middelbare onderwijs is het een essentieel gegeven of hun gedrag voortkomt uit deze achtergrond of dat ze “gewoon” aan het puberen zijn. De hechtingsproblemen zijn een voedingsbodem voor vele klachten! Adoptie-ouders worden nog veel te vaak gezien als “overbezorgde ouders” en ontberen daardoor de zo belangrijke steun en hulp!

 Open of gesloten adoptie?

Het is belangrijk om te weten van welke adoptievorm er sprake is. Hierbij komen mogelijk andere symptomen naar voren, of moeten dezelfde symptomen, anders uitgelegd worden! Bij gesloten adoptie, veelal de interlandelijke adoptievorm {kind uit ander land}, is het contact met de geboorte-ouders geheel verbroken. De kinderen kunnen ook al wat ouder zijn voordat ze hier komen en hebben dan al veel meegemaakt. Deze vorm komt in Nederland het meeste voor. Bij open adoptie, is de wettelijke procedure gelijk, echter er is hier sprake van een geheel andere beleving. De Raad van Kinderbescherming poogt bij adoptie vanuit Nederland deze vorm te realiseren. Aan de afstandsmoeder wordt de mogelijkheid geboden om een keer per jaar post te verzenden. Als tegenprestatie zijn de adoptief ouders dan verplicht een keer per jaar een verslag met recente foto te sturen. Dit verloopt via een bemiddelende instantie en kan belastend zijn voor de ouders. Op termijn zijn de voordelen groot, het kind kan dan gemakkelijker in contact komen met zijn eigen wortels. Achterliggende motivatie is het gegeven, dat je eerst je wortels moet {leren} kennen, alvorens vleugels te kunnen krijgen in het leven… Deze open vorm valt echter buiten het kader van de scriptie van Ineke.

 Hechting

Veel adoptieproblemen komen voort uit een verstoorde hechting. Het is het fundament van ieders leven. Hechting is een duurzame, emotionele band aan kunnen gaan met een of meerdere mensen. Het vermogen om zich te hechten is een voorwaarde om te kunnen opgroeien tot een evenwichtige volwassene. Truus Bakker, een gespecialiseerde pedagoge in de hechtingsproblematiek heeft hiervoor een schema ontwikkeld. Aan de hand van dit schema is de keuze van het homeopathische middel beter te maken.

 Fases

1. Er mogen zijn. Vanaf het prille begin is het heel belangrijk dat het kind goede en liefdevolle verzorgsters heeft! In deze eerste fase van emotionele afhankelijkheid ontwikkelt zich het basisgevoel van “zich veilig gaan voelen” en “vertrouwen krijgen” in andere mensen. Dit kan alleen als de baby zich geliefd en begrepen voelt. In de loop van de eerste maanden leert hij onderscheid te maken tussen bekende en onbekende mensen. Dit kan pas plaatsvinden als hij onvoorwaardelijk kan vertrouwen op zijn vaste verzorger. Als hij niet het gevoel heeft er te mogen zijn, kan dit leiden tot apathie, onverstoorbaarheid, dromerigheid. Hij kan afgeleerd hebben om signalen af te geven en voelt zich waarschijnlijk eenzaam en minderwaardig. {d.d. Opium e.a.}

2. Toevertrouwen. In de daarop volgende maanden, leert hij vanuit veiligheid en geborgenheid onderscheid te maken tussen zijn vaste verzorgers en de rest van de wereld. Hij ontwikkelt vertrouwen, weet dat als hij huilt, hij getroost wordt e.d. Deze voorspelbaarheid van zijn vaste verzorgers zorgt ervoor dat hij zich gaat hechten. Hij wil nu alleen nog maar door zijn vaste verzorger verzorgd worden; er ontstaat scheidingsangst. Verstoring in het vertrouwen kan leiden tot extreem afhankelijk zijn, of door een overmatige behoefte aan controle houden; hij probeert de hele wereld naar zijn hand te zetten. Ze kunnen dan niet meer echt aangeven wat ze nodig hebben, worden meer gesloten, wijzen hun verzorger af of gaan juist erg claimen.

3. Zelfvertrouwen. In de hierna volgende periode krijgt het kind door zijn motorische ontwikkeling, steeds meer de kans om zelf weg te gaan van zijn verzorger. Hij leert omrollen, kruipen en lopen. Ook leert hij om te gaan met zijn scheidingsangst. Naarmate de band steviger wordt met zijn verzorger, leert hij er steeds meer op te vertrouwen dat hij/zij terugkeert. Op deze manier krijgt hij er vertrouwen in, zelf problemen op te kunnen lossen. Een gebrek aan zelfvertrouwen kan leiden tot snoepen, vraatzucht, aandacht vragen, dingen wegpakken. Hij raakt snel gefrustreerd, beleeft grenzen als afwijzing, is onzeker, en heeft moeite met het zoeken van steun. “Wie niet voor me is, is tegen me!” Hij kan ook doorschieten naar onafhankelijkheid, maar dan zonder de veilige band van zijn verzorger.

4. Onafhankelijkheid. Het kind gaat zich losmaken van de verzorger en voelen dat hij zelf iemand is. Taal en fantasie staan tot zijn beschikking. Hij leert denken, abstraheren, leert zijn eigen gevoelens te herkennen en hier juist op te reageren. Geven en nemen komt tot stand. Als het kind onvoldoende onafhankelijkheid heeft ontwikkeld, kan hij koppig en eigenwijs worden; dan wil hij alles in eigen hand houden, alles zelf bepalen.

5.Creativiteit. Als deze stappen goed verlopen zijn; voelt het kind dat hij er mag zijn, dan kan hij zich overgeven aan zorg en koestering, dan heeft hij zelfvertrouwen opgebouwd en kan hij op eigen benen staan. Hiermee is hij in staat om voor zichzelf op te komen en zichzelf in te leven in een ander! Pas als je jezelf kunt inleven in de ander, komt het geweten op! Je kunt pas dragen, als je zelf gedragen bent! Als je zelf het gevoel hebt kunnen ontwikkelen, dat je er mag zijn, dat je er toe doet, dan pas kun je dit gevoel aan een ander geven. Verstoringen in deze fase kunnen leiden tot overdreven aangepast gedrag {d.d.thuja, carc.} of juist onaangepast gedrag, doordat het geweten niet goed gevormd is! {Hyos, Veratr. e.a.}

Concluderend: Een veilig gehecht adoptiekind zal beter opgewassen zijn tegen allerdaagse problemen en tegen de specifieke problemen die adoptie met zich mee brengt. De veilige hechting is een basis voor de latere sociaal-emotionele ontwikkeling. Het kind zal intieme relaties met anderen op kunnen bouwen, is beter in staat zijn gevoelens te uiten. Deze hechting moet plaatsvinden in de eerste jaren van zijn leven. Gebeurt dat niet of onvoldoende, dan zal het kind daar problemen van ondervinden.

 Bij een niet-veilige hechting

zijn twee vormen te onderscheiden:
a. de angstige-vermijdende hechting: hierbij lijkt het kind de ouder te negeren en gebruikt het de ouder niet als de basis voor zijn verkenning in de wereld.
b. de angstige-afwerende hechting; waarbij het kind angstig en overstuur raakt als de ouder uit zicht verdwijnt, of buiten zijn bereik is. {Stram. Anac.}

De mate waarin een kind de kans heeft gehad om zich in de eerste levensfase te kunnen hechten, bepaald mede de kans van een goede hechting aan de adoptieouders. Als hij een aantal keren geschonden is in zijn vertrouwen in zijn vaste verzorger, bijvoorbeeld door verwaarlozing, scheidingen en het steeds krijgen van nieuwe verzorgsters; dan wordt het voor dit kind steeds moeilijker om zich te hechten. Hij heeft dan te weinig vertrouwen in nu zijn nieuwe ouders, omdat hij ervan uit gaat dat ook deze personen weer weg zal gaan… Dit is heel frustrerend, ze laten de liefde en zorg dan niet toe. Het herstellen van het basisvertrouwen is vaak een lange weg en soms blijkt dit onmogelijk te zijn…

U kunt deze scriptie bestellen door het overmaken van euro 19,- t.n.v. Ineke Nelissen, bank/gironummer 3051241 te Zevenaar met vermelding van uw naam en adres.

KLIK HIER OM TERUG TE GAAN NAAR HOME